Jip is ook welkom

Een grote glazen schuifdeur scheidde de ruimte, en omdat het gordijn niet helemaal gesloten was, had ik hem al een paar keer naar binnen zien kijken.
Hij had zwart haar en was duidelijk nieuwsgierig. Bij mijn eerste training in deze dagbesteding voor mensen met dementie had ik gezien dat jongeren met het syndroom van Down meehielpen.
Voor de tweede keer keken donkere ogen, omlijst door zwart haar, naar binnen. Niet lang, want iemand tikte hem op de schouder.
Maar even later ging de schuifdeur een stukje open en kwam hij naar binnen. Hij had duidelijk moed verzameld. Wil je erbij komen zitten? vroeg ik. Hij lachte.
Ik wees naar de twee comfortabele stoelen naast me. Zijn lach werd breder. Ik schoof een van de stoelen de kring in.
Wat is je naam? vroeg ik. Jip. Welkom, Jip. Ik ben Ignar, zei ik, en we gaven elkaar een boks. Waarna ik de draad van de training oppakte.
Af en toe gaf ik hem een glimlach of een samenzweerderige knipoog. Hij had zijn schoenen uitgedaan en zich als een kat in de stoel genesteld. Hij straalde rust en geluk uit.
Toen schoof de deur open en kwam er iemand om Jip op te halen. Ik zei meteen dat ik hem had uitgenodigd en dat hij van mij mocht blijven.
Nee, dat kon niet, Jip moest nog een klus afmaken. Ik liep naar hem toe en gaf hem een boks als afscheid, maar dat was niet genoeg. Hij pakte me vast en gaf me een knuffel.
Zo stonden we even samen, heel dicht bij elkaar. Een stil gesprek zonder woorden – woorden die hij niet kon uitspreken – maar die hij via een andere dimensie wist over te brengen.
Op de terugweg in de trein liet ik de bijzondere ontmoeting nog eens door mijn gedachten gaan.
Iedereen heeft het over persoonsgerichte en belevingsgerichte zorg, waarbij de cliรซnt centraal staat.
Maar hoe doen we dat eigenlijk? Door te bepalen wat goed is voor een ander? Door structuren te bedenken die beter passen bij roosters dan bij de bewoners? Luisteren we wel echt?
Jip kon zich niet met woorden uitdrukken, maar hij sprak in een taal die glashelder was. Hij was nieuwsgierig. Hij wilde graag in de ruimte zijn, waar een groep mensen aandachtig luisterde naar een spreker.
Twee keer vroeg hij het, door simpelweg voor de schuifdeur te gaan staan.
De derde keer sprak hij zijn wens uit door binnen te komen.
Ik โhoordeโ zijn vraag, en beantwoordde die door hem een stoel aan te bieden.
Beide waren we gelukkig. Hij in zijn stoel, en ik met een bijzondere toehoorder die meer hoorde dan alleen mijn woorden.
Waarom mocht Jip niet blijven? Misschien zou hij zich na een half uur vervelen en weer vertrekken. Misschien ook niet. Maar dat zou zijn keuze zijn.
Dank je wel, Jip. Deze blog is voor jou en voor alle Jipโs die wรฉl spreken, maar niet worden gehoord. Moge er voor jullie stille, toe

Ps
Wil jij ook muziek gerichter inzetten bij dementie? Als professional is een training waardevol. Thuis helpt mijn boek je met praktische handvatten.



